top of page
  • Foto van schrijverRob Allaert

Onze zachtaardige primitieve staat

Bijgewerkt op: 10 aug. 2022

De mens gaat niet gebukt onder een agressieve dierlijke neiging. De mens kent een psychologische neiging om egoïstisch en kwaad te handelen.

Photo: Martin Lewison

Ken je de tekeningetjes van weleer die je kon aantreffen in jouw schoolboek biologie; die van de holbewoner met een tronie vol wilde tanden en een vervaarlijke knuppel op zijn schouder?


Dat is ons inderdaad geleerd: vroeger - lang geleden - waren wij primitieve wezens met een agressieve, territoriale codering en een onweerstaanbare drift om ons zaad aan elkaar op te dringen.


Ja, voor de biologie blijft het erg wenselijk dat wij dit soort verleden kunnen aantonen. Het kan ons tenminste een stuk vrijpleiten van ons huidig verstoorde gedrag.


Door ons overhaast te vergelijken met andere diersoorten was er een handige verklaring voor ons egoïstisch gedrag. Maar de conclusie is voorbarig. Meer nog, ze is leugenachtig.


Om te beginnen is egoïsme al uitgesloten. Een dier kent immers geen egoïsme. Want ‘ego’ betekent letterlijk ‘denkende zelf’ en daarmee waren onze onbewuste voorouders niet bekleed. Ze moesten het stellen met enkel instinct.


Maar niet enkel is egoïsme uitgesloten; uit verder onderzoek blijkt dat ook wilde agressie uitgesloten is. Bioloog Frans De Waal zegt het zo: “De moraliteit gaat de mens vooraf”. Onze soort was zo'n twee miljoen jaar geleden coöperatief en liefdevol gericht. Het kan daarom niet anders dan dat wij afstammen van zachtmoedige mensapen die daartoe de gunstige omstandigheden moeten hebben gekend - vergelijkbaar met de huidige bonobo's.


Jean-Jacques Rousseau (1712 – 1778) - een eerlijke denker - had het juist:

“Niets is zachtaardiger dan de mens in zijn primitieve staat”.

Verder beweerde Rousseau dat de mensheid oorspronkelijk een ras van nobele wilden was, in een vreedzame natuurlijke staat - een staat die later gecorrumpeerd raakte.


De mechanistische biologie - dat is biologie die zich verre houdt van de existentiële vragen van de mens - koos een onjuiste positie om het ontegensprekelijke slechte gedrag waartoe de mens in staat is te verklaren en om het verder niet onder loep te moeten nemen. Maar we dienen de dubbele knoop van het menselijke gedrag, dat niet enkel kwaad maar ook goed is, te ontwarren.

Het is hoog tijd dat de foute conclusie dat wij agressief genetisch gecodeerd zouden zijn door eerlijke biologen wordt tegengesproken.

Neen, de mens vandaag gaat niet gebukt onder een soort agressief-dierlijke, genetische neiging. De mens kent daarentegen wel een psychologische neiging om het ego centraal te zetten, om zelfzuchtig en kwaad te handelen. Wij lijden niet aan een dierlijke conditie maar aan de menselijke conditie. Ons ontluikend denken deed ons stilaan onze morele genetische oriëntatie verliezen. Zo verloren we het paradijs.


Dat verklaart al beter waarom na eerlijk onderzoek wel degelijk blijkt dat ‘de meeste mensen deugen’ zoals sterk wordt aangetoond in het gelijknamige boek van Rutger Bregman.


Door deze eerlijke ontdekkingen - door het schrappen van het dierlijke excuus voor ons gedrag - is de helende weg naar het zelf-begrijpen van de mens ingezet. Dat is goed want de psychotische menselijke conditie genees je pas wanneer je de oorzaak ervan kan aantonen en begrijpen.

48 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page